woensdag 26 februari 2014

Bescheidenheid een deugd?

In de ronden die we afgelopen jaar met jaar langs diverse raadsfracties hebben gemaakt valt me keer op keer op dat bijna niemand zich realiseert hoe groot het bereik van de bibliotheek is. Politici , beleidsambtenaren, vrienden, familie, op verjaardagen, feesten, partijen, heel vaak krijg je te horen dat de bibliotheek toch niet meer van deze tijd is. Dat het een aflopende zaak is, dat niemand toch meer de bibliotheek bezoekt? Alles kan toch digitaal en meer van dat soort plattitudes. Vorig jaar nog, toen we hier in Alkmaar aan het Cultuurplein bezig waren met een gezamenlijk marketingplan en we onze bedrijfsgegevens moesten doorgeven. De marketingmedewerker van één van de andere instellingen viel ongeveer van haar stoel van verbazing. Echt waar? meer dan 300.000 bezoekers in de vestiging hier aan het Canadaplein? Ja echt waar!
Elke keer verwonder ik me er over hoe het toch kan dat niemand weet hoe groot de bibliotheek is, en hoeveel mensen zij bereikt, en wat zij allemaal voor mensen betekent. Het moet onze bescheidenheid zijn, onze instelling dat we gewoon ons ding doen, dat we dat ook vanzelfsprekend vinden. En zo kan het voorkomen dat je over het hoofd wordt gezien:

Op 14 februari stond er onderstaand bericht in het Noord-Hollands Dagblad over de cultuurmakelaar.


Daar stond het weer eens: de drie grootste culturele instellingen in de regio. Het theater, stedelijk museum Alkmaar en Kranenburgh in Bergen. Alle drie instellingen van naam en faam, met een eigen bereik. Maar geen van allen de grootste in de regio. En toen ben ik in de pen geklommen en heb de krant de volgende brief gestuurd, die maandag geplaatst is in het Noord-Hollands Dagblad.

Bibliotheek geen culturele instelling? Of: Wie is de grootste?

Afgelopen vrijdag stond in de krant een interview met Karin Geelink, de cultuuraanjager voor de regio Alkmaar. Daarin stond een prikkelende uitspraak, waarin zij meldde dat ze werkt voor de drie grootste culturele instellingen van de regio: Theater de Vest, Stedelijk Museum Alkmaar en Kranenburgh. Nu ben ik benieuwd waaraan Karin Geelink dat afmeet. Aantal vestigingen, begroting, bereik onder de bevolking, aantal bezoekers? Bibliotheek Kennemerwaard heeft 12 vestigingen, werkt voor 4 gemeenten in de regio (Alkmaar, Heerhugowaard, Castricum en Bergen), bereikt ca. 50-60 % van de bevolking, ongeveer 25% van de bevolking heeft een lidmaatschap, trekt in al haar vestigingen meer dan 900.000 bezoekers per jaar. Ter vergelijking voor de genoemde collega-instellingen: De Vest: 150.000 bezoekers, Stedelijk museum: 50.000 bezoekers, en Kranenburgh, net heropenend, haalde in hun beginjaar 20.000 bezoekers en streeft naar 47.000 bezoekers in 2017. Ik wil ook onze collega-instelling Artiance met 42.000 bezoekers en 28.000 bereikte leerlingen in het onderwijs hier niet onvermeld laten. Met deze culturele instellingen en met nog veel meer in de regio werkt de bibliotheek gelukkig goed samen, en ook met de cultuuraanjager is de eerste afspraak al gemaakt voor samenwerking. Het kan zijn dat Karin Geelink de bibliotheek geen culturele instelling vindt, of dat ze niet goed is voorgelicht. Maar ik durf de stelling wel aan dat de bibliotheek de grootste culturele en/of publieke instelling is in de regio!

Vanaf vandaag ben ik klaar met bescheidenheid, een mooie deugd, maar niet als het gaat om de bibliotheek. Groots zijn we, met een heel groot bereik, van jong tot oud, van rijk tot arm, tot leringh ende vermaak, we geven ze een mooie vrijetijdsbesteding, we maken mensen wijzer, en daar zijn we vreselijk trots op! Vanaf vandaag zal ik van de daken roepen tot het tegendeel bewezen wordt: Wij zijn de grootste!

Erna Winters

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen