Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WO II. Alle posts tonen

dinsdag 16 april 2019

De experimenten

De experimenten
Marion Pauw is een heel bekende auteur, die veel boeken (vooral thrillers) geschreven heeft. Zo schreef ze o.a. Zondaarskind, Hemelen en Daglicht. In 2005 debuteerde ze met Villa Serena. Haar grote doorbraak kwam in 2009 met Daglicht, waarmee ze de Gouden Strop won. Het boek werd zelfs uitgebracht in 6 landen, waaronder USA, Duitsland en Italië. In 2013 werd het boek verfilmd met Angela Schijf in de hoofdrol. Ze haalt voor haar boeken vaak inspiratie uit haar eigen leven. Zo is dat ook met Daglicht het geval. De hoofdpersoon heeft autisme en haar zoon heeft dat ook. In 2015 kondigde ze plotseling aan te stoppen met schrijven.  Gelukkig voor veel mensen is dat toch  niet het geval. Ze schreef samen met vriendin Susan Smit 'Hotel Hartzeer' en nu dus De experimenten.


Alma is de stiefmoeder van Charlie. Zo'n 50 jaar hebben ze geen contact met elkaar gehad, omdat Charlie hele slechte herinneringen  aan haar jeugdjaren met haar heeft. Alma is nu echter ziek en Charlie  moet een weekend voor haar gaan zorgen, omdat er niemand anders beschikbaar is. Met lood in haar schoenen  vertrekt  ze naar het landgoed, waar Alma nu woont. Beetje bij beetje komt Charlie er dan achter waardoor Alma geworden is wie ze is. Deze vertelt haar namelijk dat weekend wat voor vreselijke dingen ze in de Tweede Wereldoorlog in Auschwitz heeft moeten meemaken: o.a. vaak niets te eten, mensen zien doodgaan en vreselijke experimenten met haar lichaam in Kamp 10 moeten ondergaan. Gelukkig is zij een van de weinigen die het kamp wel weet te overleven. In dit weekend komen ze iets nader tot elkaar. Maar Charlie is ook dolblij als het erop zit en ze weer lekker terug naar haar eigen huis kan gaan.
Dit verhaal is deels gebaseerd op een waargebeurd verhaal. In 2017 kwam Marion namelijk in contact met een Nederlands-Amerikaanse vrouw, die haar vroeg of ze het verhaal van haar oma zou willen optekenen. Dit verhaal was zo heftig, dat Marion in eerste instantie naar het toilet vluchtte om daar tot zinnen te komen. Al vrij snel daarna besloot ze dat ze dit verhaal heel graag wou vertellen. Het boek is geschreven vanuit verschillende 'ogen'. In de tegenwoordige tijd is dat door de ogen van Charlie, maar in de hoofdstukken over vroeger door die van Alma. Ik vond het een prachtig, maar ook aangrijpend boek. Eén van de boeken, die eigenlijk iedereen zou moeten lezen. Hopelijk blijft Marion nog lang  doorgaan met het schrijven van dit soort belangrijke verhalen.

Wil je dit boek ook lezen, dan kan je hem hier reserveren.

Gabrielle

maandag 5 augustus 2013

De Boekendief van Markus Zusak

Het komt niet zo vaak voor dat een boek mij kan laten huilen, maar aan het eind van dit boek moest ik een paar stevige tranen laten.

Sanneke schreef al eerder een korte recensie van dit boek. Zij heeft het in het Engels gelezen.

De Boekendief is het verhaal van een jong meisje, Liesel Meminger, die net voor het begin van WO II als pleegkind onder gebracht wordt in een gastgezin net buiten München. Ze heeft dan al een traumatische gebeurtenis meegemaakt. Op de treinreis die zij, haar moeder en haar broertje maakten is haar broertje voor haar ogen gestorven. Bij de begrafenis van haar broertje steelt Liesel haar eerste boek, vandaar haar bijnaam 'de Boekendief'.

Liesel komt met dit boek aan in het gastgezin van Rosa en Hans Hubermann. Liesel wil het boek dat ze heeft gestolen lezen, maar doordat ze een schoollessen heeft moeten missen kan ze niet lezen. En dus leert ze het van haar pleegvader, een intens lieve man, die overigens ook geen bekwaam lezer is.


Liesel groeit verder op in het nazi Duitsland. Haar pleegvader heeft nooit lid willen worden van de partij, want hij kan het niet over zijn hart krijgen lid te worden van een partij die joden niet als mensen wil behandelen. Hem is ooit het leven gered door een jood in WO I. Werk is lastig te krijgen als je geen lid bent van de partij en daardoor moet het gezin de touwtjes aan elkaar zien te knopen. Haar pleegmoeder heeft een aantal adressen als wasvrouw, waaronder het huis van de burgemeester. Liesel wordt op een gegeven moment ingezet om de was op halen, en zo leert ze de vrouw van de burgemeester kennen.

Liesel heeft een zeer goede vriend, Rudi. Ze trekken samen op in het nazi-Duitsland. Ze zijn beide lid van de Hitler Jugendstil, want dat hoort zo. Maar ze voelen zich er niet echt thuis bij. Ze trekken veel samen op, onder andere op rooftochten om voedsel te stelen. Na het lezen van haar eerste boek heeft ze een enorme leeshonger gekregen en is ze steeds op zoek naar boeken. Zo redt ze van de brandstapel tijdens de Kristallnacht een boek van de brandstapel. Dat was een daad van verzet, en er was een getuige. De vrouw van de burgemeester heeft gezien dat Liesel een boek stal van de brandstapel. De vrouw krijgt een speciale band met Liesel en moedigt haar aan door te gaan met lezen door Liesel toegang te verschaffen tot de bibliotheek. Liesel steelt uit deze bibliotheek af en toe een boek, met medeweten van de vrouw van de burgemeester.

Dan staat er op een dag een vreemdeling voor de deur van Hans en Rosa. Het is de zoon van de joodse legermaat van Hans uit WO I, die hem destijds het leven heeft gered. Deze Max zoekt een onderduikplaats.  Hans en Rosa kunnen niet anders dan Max onderdak bieden. Max en Liesel worden vrienden. Uiteindelijk moet Max toch het huis weer verlaten omdat hij het niet meer veilig acht om bij de familie te blijven. Hij vertrekt en probeert uit de handen van de nazi's te blijven. Liesel blijft naar hem uit kijken, elke keer dat er een werkploeg van joden uit het nabij gelegen Dachau in de stad aan het werk is zoekt ze naar Max tussen de mannen. 

De verteller in het boek is een bijzondere figuur, het is De Dood.  De keuze voor de dood als verteller vond ik in eerste instantie wat gekunsteld, maar al verder lezend in het boek had ik er wel vrede mee. Het past als stijlfiguur bij het verhaal waarin de dood nooit ver is. Zusak voert de dood op als een verteller die met een liefdevolle en beschouwelijke blik kijkt naar Liesel, en wat WO II en de mensheid voor hem betekent.


Hoe het afloopt met Liesel, Rudi, Max, Hans en Rosa staat te lezen in De Boekendief. Een ontroerend verhaal van een leeshongerig meisje dat opgroeit in nazi-Duitsland in een pleeggezin dat niet nazistisch was. En niet alledaags verhaal over Duitsers die niet met de massa meegingen, een jood die ondergedoken was, de kracht van een goed verhaal als je met z'n allen in de schuilkelder zit als de geallieerde bommen vallen.  Zeer lezenswaardig! Wilt u De boekendief reserveren, kijk dan in onze catalogus.

Erna Winters

vrijdag 3 mei 2013

De Brand van Jörg Friedrich

De afgelopen weken las ik 'De Brand' van Jörg Friedrich. Het boek is een beschrijving van en een aanklacht tegen de geallieerde bombardementen op Nazi-Duitsland. Friedrichwas één van de wetenschappers die ook in de serie 'In Europa' van Geert Mak werd geinterviewd, omdat hij ook de andere kant van het verhaal van WO II wil laten zien. Na de vakantie van vorig jaar door Duitsland, onder andere in de hersteld steden Dresden, Neurenberg, Frankfurt, en het lezen van Geert Mak ben ik geinteresseerd geraakt in hoe 'het ' Duitse verhaal in elkaar steekt.

Het boek van Friedrich is een dikke pil. Het ligt zwaar in de hand, het leest ook zwaar. Volle bladzijden, lange lappen tekst, geen tussenkopjes of hoofdstukkken. Het is een boek dat je het liefst in één keer uit zo moeten lezen. Maar daarvoor is het te zwaar... vind ik. Toch, ook als je het leest zoals ik met tussenpozen, is het een boek dat je bij de strot grijpt. Friedrich geeft een duiding hoe beslissingen in Nazi-Duitsland werden genomen, om de burgers te beschermen, of juist niet. Hele psychiatrische klinieken werden 'ontruimd' (dat wil zeggen de patiënten werden vermoord) om ruimte te kunnen bieden aan soldaten van het front. Gezinnen werden uit elkaar getrokken om ze verdeeld over het land onder te kunnen brengen. Er werden schuilbunkers aangelegd, maar daar werden de buitenlandse dwangarbeiders geweerd. Mensen die tijdens de oorlog, en zeker na de invasie van de geallieerden op Sicilie en later Normandie, twijfel uitspraken of Duitsland de oorlog wel kon winnen werden aangegeven en standrechtelijk geexecuteerd. Friedrich spaart zijn eigen landgenoten niet. Hij brengt ook de andere 'overwinnaarskant' in beeld.

Hij klaagt op niet mis te verstane wijze de tactiek van 'moral bombing' van de Amerikanen en de Britten aan. Duitsland moest branden, het moreel van de bevolking moest gebroken worden zodat ze zich tegen Hitler zouden keren. Er werd begonnen met steden van meer dan 100.000 inwoners systematisch, en voortdurend te bombarderen. Er lag een heel plan aan ten grondslag, een soort wetenschap, hoe je het best kon bombarderen om een vuurstorm op te wekken. Als dat lukte kreeg je een zo hoog mogelijk aantal slachtoffers. Na de eerste bommenregen kwam een volgende of brandbommen met een ontstekingsmechanisme dat dan later pas afging. En na die eerste lading was dan de zuurstof op in de schuilkelders en stikten mensen. Of de temperatuur liep door de vuurstorm zo hoog op dat mensen werden gekookt of gebraden in hun schuilplaatsen. En dit gebeurde dus op woongebieden, niet persé op industriele of militaire doelen, doelbewust. Dat mag je gerust misdadig noemen.

In het boek wordt duidelijk dat nadat de grote steden al plat waren gegooid, en de geallieerden al duidelijk aan de winnende hand waren, gewoon werd door gebombardeerd op kleinere steden, vaak zonder enige strategische waarde. Vernietigen om het vernietigen. Duitsland moest kapot, de burgers moesten boeten.

Er zijn met al die bombardementen relatief weinig slachtoffers gevallen, dat is wel bijzonder. Dat heeft te maken met de uitstekende Duitse interne hulpverlening. Het Derde Rijk zorgde juist gedurende de oorlogsjaren voor zoveel mogelijk schuilplaatsen voor de burgerbevolking. Er was een heel ambtelijk apparaat waar je kon aangeven wat je verloren had en daar kreeg je zelfs tegoedbonnen voor. Wat wel grotendeels verloren ging waren de oude binnensteden, kunstschatten, prachtige kerken, cultureel erfgoed. Juist de oude binnensteden met gebouwen met houten balken en gebinten, met het vakwerk, in een fijnmazig stratenpatroon was uiterst geschikt om een vuurstorm op te wekken.

Dit boek laat de andere kant van de oorlog zien. Het leven voor de gewone Duitser, hoe die gebukt ging onder enerzijds het nazi-regime en anderzijds onder een bommenregen die niet van ophouden wist. Het is een zeer lezenswaardig boek, een echte aanrader. Voor een ieder die wil weten hoe het voor de gewone burger was onder de terreur van het 'moral bombing'. Het verhaal niet van het overwinnaarsperspectief geschreven, maar van de verliezers.

Wilt u De Brand lezen? Reserveer dan hier in onze catalogus.
Erna Winters

vrijdag 5 april 2013

Het Alfabethuis


Adler-Olsen is één van de Scandinavische thrillerschrijvers die de laatste jaren furore maken in Nederland met zijn goed geschreven boeken. Ik had nog nooit iets van hem gelezen, maar mijn lief pakte een dubbeldikke (twee titels) mee van de stapel bij de boekhandel als voer voor de vakantie. Tijdens de vakantie vorig jaar kwam het er niet van. Dit had prima gepast, want we waren vorig jaar in Duitsland op vakantie. Het boek speelt namelijk gedeeltelijk in WO II, in een Duits oorlogsziekenhuis voor krankzinnigen.

Dit boek ‘Het Alfabethuis’ gaat over twee vrienden, over vriendschap, over vertrouwen, over overleven in gruwelijke omstandigheden. James en Bryan zijn vliegeniers tijdens de Tweede Wereldoorlog, bij de RAF. Hun vliegtuig wordt tijdens een missie neergeschoten en ze redden zich het vege lijf met hun parachutes. Diep in vijandig Duitsland zijn ze op zichzelf aangewezen, op hun vindingrijkheid en hun meedogenloosheid.
cover Het Alfabethuis

Ze weten zich met kunst- en vliegwerk tussen een ziekentransport te werken waarna ze in een oorlogshospitaal terecht blijken te komen. Wat ze zich gaande weg realiseren is dat ze tussen hoge ss-officieren terecht zijn gekomen, dat zij zichzelf dus ook uitgeven voor ss-officieren, en dat een aantal van hun medepatiënten net als zij simuleren. Dan begint de strijd om het overleven, het niet ontdekt worden, en het doorstaan van de behandelingen met pillen en elektro-therapie. Beide mannen vinden hun eigen weg er in, beloven stellig aan zichzelf dat ze de ander nooit in de steek zullen laten, maar zoeken ook afzondering om niet aan de andere simulanten te laten merken dat zij elkaar kennen (en Brits zijn!). James geeft op een gegeven moment de strijd op tegen de pillen en de elektroshocks om maar te overleven, Bryan faket dat hij de pillen slikt om alert te blijven. En ondertussen worden ze door een kleine groep patienten in de gaten gehouden. Hoge ss-officieren die er alles aan gelegen is om in de ziekenhuis de oorlog door te komen en er dan vandoor te gaan met een schat waarover ze het steeds hebben. Uiteindelijk weet Bryan te ontkomen, en ontsnapt hij aan de kwelgeesten, met achterlaten van James die volstrekt inert geworden is door alle afbeulingen van de ss-ers en de behandelingen.

Twintig jaar later gaat Bryan terug naar Duitsland. Hij heeft vaker geprobeerd om James te vinden. Om te weten te komen wat er van hem geworden is. Dat is nooit gelukt, niet onder de naam van de ss-er wiens naam hij had aangenomen, niet als een onbekende RAF vliegenier. Toch wil Bryan nog eenmaal een poging wagen. Hij rakelt onverwacht een verleden op dat hem zelf uit zijn evenwicht brengt, maar ook de overlevenden van het ziekenhuis, de simulanten, die een nieuw, vals leven voor zichzelf hebben opgebouwd met de schatten waar over ze destijds in het Alfabethuis al spraken. Natuurlijk willen deze ss-officieren niet ontmaskerd worden, en dus proberen zij met hand en tand hun belangen, hun alibi’s te verdedigen. Dat eindigt in een dramatische ontknoping.

Een prachtig, spannend en beklemmend verhaal, dat goed in elkaar steekt. Hoewel er wel stukken ongeloofwaardig over komen, het verwisselen van identiteit van de twee hoofdpersonen met die van ss-officieren, de ontsnapping van Bryan, heeft het genoeg zeggingskracht om dat voor lief te nemen. En het is bekend dat veel hoge ss-officieren en medici die meededen aan de gruwelijke nazi-praktijken na WO II niet of nauwelijks berecht werden, onderdoken en daarna onder een andere naam of in een andere stad met hun oude loopbaan verder gingen. Hun slachtoffers dood of getekend voor het leven, dat deerde hen niet. Zij gingen verder met een nieuw bestaan. Dat beschrijft Jussi Adler-Olsen zeer goed. Wat hij ook goed weet te schrijven is de wroeging die iemand moet voelen na het achterlaten van een vriend in een situatie waarvan hij weet dat die dodelijk kan zijn. Dat hij ook weet dat het niet anders kan, omdat de ander te zwak is om op dat moment gered te worden. Dat beschrijft Alder-Olsen met enige distantie, maar daardoor komt het wel binnen. Al met al een echte aanrader voor mensen die van een spannend oorlogsboek houden, of van een niet alledaagse detective. Het boek kent elementen van beide genres.

Reserveer Alfabethuis in onze catalogus en geniet van dit spannende boek.

Erna Winters